Uit een nog nauwelijks bestaan werkje over Hedendaagse Sier en Nijverheidskunst uit 1932

De Beteekenis van het Glas-in-lood in de nieuwe bouwkunst

Wij plaatsen hier van den “Stijl”-leider Theo van Doesburg eenige aanteekeningen zooals hij ze gaf in een briefwisseling die geen vervolg mocht hebben. Van Doesburg overleed in Maart 1931 in Davos.
I. Evenals in de verpuurde, cultureele uitdrukkingsvormen van zelfstandige schilderen, heeft men op het gebied van het “glas-in-lood”, decoratie nog niet van beelding weten te onderscheiden.
II. In geen enkele kunstvorm, werkt de voorstelling, hetzij perspectivisch of vervlakt, zoo vulgair en hinderlijk als in het “raam”.
III. Doch niet slechts de “voorstelling”, ook het procédé kwam in conflict met de nieuwe eischen eener elemataire architecten zich éénparig tegen de toepassing van het glas-in-lood in de nieuwe architectuur kantten. Hierbij toch ging het om maximale lichttoevoer door middel van breede vensteropeningen zonder onderbreking.
IV. De schilderkunst, steeds in consequentie en wettelijke evolutie zonder zijsprongen, gaf (via het cubisme) aan het oorspronkelijke muzivische procédé, op grond eener nieuwe esthetiek, eenige nieuwe mogelijkheden. Bevrijd van de verstarde “instantané” van het voorwerpelijke en bewegelijke, kon het venster zich, in organische samenhang met de nieuwe architectuur, als een orkestrale beelding van het gekleurde licht ontwikkelen.
V. Het denken in het materiaal werd nu strikt vereischte.
VI. Met behoud van het begrip “raam” en uitgaande van alle constructieve elementen (verbinding, steunijzers, bruggen, enz.), met inachtneming van de zuiver-schilderkunstige eischen als: lichtcompositie als voltooiend accent der bouwkunst te realiseeren.
VII. Dit nieuwe venster, gelijkwaardig aan andere procédé’s der moderne beeldende kunst, is geen surrogaat van het vroegere: de binnen het netwerk der willekeurige loodverbindingen gestampte illustratie, doch evenmin te verwarren met de volgens “smaak en gevoel” gerangschikte gekleurde glasscherven. Het nieuwe glas-in-loodraam is een cultureel product, dat op concrete wijze, anti-lyrisch, anti-decoratief en anti-dramatisch het schoonheidsprinciep van deze tijd beeld.
VIII. Sinds 1916 heb ik gepoogd om, in samenwerking met gelijkgezinde architecten, het probleem van glas-in-lood in boven omschreven zin, in nieuwe banen te leiden. Bleef het in de praktijk slechts bij “pianospel”, zoo is dit slechts te wijten aan het gebrek aan opgaven om voor dit procédé “orkestwerken” te schrijven.

Theo van Doesburg, Davos 1931

*Bron: De toegepaste kunsten in Nederland. Een reeks monografieën over hedendaagsche sier en nijverheidskunst. Glas in Lood door W.F. Gouwe. Rotterdam 1932 uit eigen collectie (karel den biggelaar)

 

 

<